Ik vrees dat mijn laatste column voor De Stem van het Weekend (ik verhuis naar AD/De Dordtenaar) wat grieperiger overkomt dan ik eigenlijk bedoeld had. Dat komt omdat ik letterlijk door de Mexicaanse griep getroffen ben. Je ziet de wereld dan toch een beetje voor een doedelzak aan want van koortsige nachten en hangerige dagen wordt een mens over het algemeen niet heel vrolijk. Nee, ik ben niet bepaald een plezierige patiënt en mijn fysieke en mentale barometer blijft in de min als ik FC Dordrecht op televisie in een bar slechte bekerwedstrijd onterecht zie verliezen van lucky Ajax en als ik in de krant lees dat het allemaal weer later en duurder wordt bij de verbouwing van het Dordrechts Museum. Dat zag zelfs een blinde vink met chronische staar al een tijdje aankomen. ‘Later en duurder’ is inmiddels toch zo’n beetje het handelsmerk geworden van grootschalige projecten op dit eiland. Kunt u zich de ambitieuze plannen voor Stadswerven nog herinneren? En dat spectaculair gepresenteerde ‘nieuwe’ Hofkwartier moest ons dorp toch helemaal uit het slop gaan trekken? Het komt er allemaal wel hoor maar tegen die tijd scheur ik mijn scootmobiel al lang en breed door winkelcentrum Sterrenburg.
Het is mij te makkelijk om bestuurders die hun nek uitsteken onderuit te walsen als plannen vertraging oplopen of uiteindelijk duurder uitvallen. Tegenvallers zijn er altijd en inzicht schrijdt nu eenmaal voort. Besturen is zo nu en dan toch een beetje ‘in het diepe springen’ en (om maar even in clichés voort te bazelen)… de beste stuurlui staan meestal aan wal. Toch was het nou juist een ouwe schipper die me ooit vertelde dat je de diepte van water nooit moet meten met twee benen. (Wandtegel voor op het toilet bij mij te koop tegen kleine vergoeding).
Leuker om te lezen is dat meesterkok Ad Jansen uiteindelijk niet hoeft te betalen voor het gebruik van de naam Bellevue. Sorry voor de culinaire woordspeling maar er zijn toch altijd weer mensen die proberen een slaatje te slaan uit andermans ambities. De curator wilde 50.000 euro hebben voor het gebruik van de merknaam, maar volgens de Dordtse rechtbank is de naam al vijf jaar niet meer gebruikt en is daarmee het merkrecht vervallen. Ook de handelsnaam blijkt niets meer waard omdat de rechter het niet aannemelijk vindt dat de vorige eigenaar opnieuw wil beginnen onder dezelfde naam. Curator Gilhaus is veroordeeld tot het betalen van de kosten van het kort geding en daarmee is de kous nu hopelijk een keertje af. TV-kok Jansen heeft het tot dusver allemaal niet voor niets gekregen in Dordt. Eerst moest hij de strijd aangaan met zeurende omwonenden die bang waren voor geluidsoverlast. Even later ontstond weer een hoop heisa over parkeerplaatsen terwijl het toch niet onlogisch is dat een beetje restaurant zijn goed betalende gasten een paar plekjes voor het blik kan aanbieden. Met vergelijkbaar gezever werd Jansen later nogmaals geconfronteerd toen hij zijn plan ontvouwde om kookcursussen te gaan opzetten in de Sint Jacobskapel. Ook hier werd weer veel te voorbarig gebruld over de vrees voor geluids- en parkeeroverlast.
Je zou dat soort stagnerende types toch een enkele reis ‘Hoven’ toewensen waar je gegarandeerd een parkeerplekje voor je deur hebt. Laten we blij zijn dat ‘good old’ Bellevue, dat zo langzamerhand nagenoeg op instorten stond, voor deze stad bewaard blijft. Dordt zonder Bellevue, tja da’s toch een beetje Dordt zonder…. zucht… postkantoor.
Kees Thies
Ook deze week leg ik in deze column maar weer eens de vraag op tafel: hoe staat onze stad er momenteel voor? Nee… ik bedoel het niet in de allerbreedste zin van het woord, maar meer ‘winkelwise’ gesproken eigenlijk Als binnenstadsbewoner constateer ik dat de Voorstraat, die zo liefelijk door de oude binnenstad meandert, de laatste jaren, meer dan ooit, last heeft van wintertenen, nagelkloven en steenpuisten. De ziekteverschijnselen manifesteren zich vooral aan de uiteinden en de zijtakken. Eerder al had ik het met u over de Vriesestraat, waar winkeliers de laatste jaren als sneeuw voor de zon verdwijnen, waar meer gefietst dan gelopen wordt en waar het winkelend publiek zich, ter hoogte van het Vrieseplein, een weg moet banen door een walmende en soms zelfs wat beangstigende erehaag van junken, alco’s en zieke duiven. De straat, die ooit floreerde met vooral slagers en bakkers, is er inmiddels een van (soms héél vage) uitzendbureautjes en leegstand geworden, hetgeen voor een jobhopper wellicht aardig, maar voor een shophopper wat aan de saaie kant is. In een andere column besprak ik de grieperige patiënt Voorstraat-Noord, waar zo langzamerhand de absolute stilte heeft toegeslagen. De straat kent veel ‘hobbywinkeliers in de artistieke sfeer’, van wie er veel slechts enkele uurtjes per week geopend zijn. Dit creëert, in combinatie met veel leegstand en nog veel meer geparkeerde auto’s in de overigens fraaie buurt, het gevoel van Wallstreet na een kredietcrisis. Voor deze hoek van de Voorstraat gloort er nu nieuwe hoop met de komst van een NV (of BV) Voorstraat-Noord, waarin gemeente, ondernemers en woningcorporaties (naar Amsterdams model) de handen ineen slaan om de straat nieuw leven in te blazen. De wens is er, maar het zal nog wel wat voeten in aarde krijgen om de auto’s uit de straat te weren en om nieuwe, ambitieuze ondernemers naar dit binnenstadsdeel te lokken.
Over ‘West’ hebben we het nog niet gehad, maar ook in die windstreek gaat het niet bepaald geweldig. Grote Spuistraat en Voorstraat-West bevinden zich alweer geruime tijd in een negatieve spiraal en de Spuiweg is eigenlijk al min of meer schijndood. Ook in deze winkelstraten sneuvelen middenstanders in een te hoog tempo en kun je op zaterdagmiddag rustig overdwars op de keien gaan liggen zonder gewond te raken. ’s Avonds kun je dat beter maar vermijden, want taxi’s rijden er vaak nog harder dan op de A16.
Regelmatig kom ik Jon tegen in de stad. Hij loopt altijd ietwat voorover gebogen en zijn ogen, hoewel nauwelijks zichtbaar vanwege lange slierten ongewassen haar, schieten alle kanten op. Ondanks dat lange haar… een overblijfsel uit de ‘early seventies’ is hij aan de bovenkant’ al behoorlijk kaal. Nog een paar tanden heeft hij over en er zitten altijd wondjes op zijn gezicht. Het toch al niet florissante totaalplaatje wordt afgemaakt door een enorme hangsnor, waarin zich overduidelijk nog een restvoorraadje gele vla bevindt.
Ik sta bij de viskraam op het Vrieseplein en ik zie hem zitten op een van de bankjes. Een sjekkie in de ene hand, een blikje bier in de andere. Hij is druk in gesprek, maar ik zie niemand in zijn buurt. Met wie zou hij in gedachten op dat bankje zitten? Leven zijn ouders nog? Wat is er in zijn leven misgelopen? En waar zal hij de komende nacht doorbrengen? Ik zou het hem eigenlijk moeten vragen, maar ik ben te laf om het antwoord te horen.
Heel eventjes was het spiegelglad in Dordrecht. Het was op een woensdag, zo rond half elf, en ik ging een boodschap doen bij een kleine supermarkt aan de Bleekersdijk.
Op weg naar de Supermarkt ben ik op z’n minst vijf keer op een vriendelijke manier gewaarschuwd. Dat ging als volgt: ,,Kijk uit jongen, het is daar spekglad!” of , ,,Hé pas je wél op! Als ik jou was zou ik hier niet oversteken… je gaat gegarandeerd onderuit.” Tien seconden later gingen twee fietsers en een voetganger, allemaal binnen mijn gezichtsveld, hard tegen de vlakte. Omstanders schoten te hulp. Toen ik tien minuten later weer op de Visbrug arriveerde had de eigenaar van de viskraam een paar pakken consumptiezout op de brug gestrooid. Ook hij had diverse mensen onderuit zien gaan en was spontaan in actie gekomen… néé niet uit het oogmerk om klantjes te winnen, maar puur uit medemenselijkheid.
Toen ik het voor het eerst hoorde dacht ik dat het een nieuw werkwoord was. Stadswerven. Ik had er zelfs beelden bij: politici die in de binnenstad enthousiast handjes schudden en partijfolders uitdelen om kiezers op hun hand te krijgen. ,,Wat gaan we vandaag doen… stadswerven? Nee, we gaan naar Sterrenburg.”
Maar goed, we waren bij Stadswerven en ik had het natuurlijk weer helemaal mis. Het gaat hier niet om een werkwoord maar om een superprestigieus project… de ultieme natte droom van stadsbestuurders, topambtenaren en projectontwikkelaars. U leest er waarschijnlijk van alles over in deze Binnenstadskrant. Het gaat allemaal om dat grauwe stukje Dordt tussen de Noordendijk en de Beneden Merwede. U kent het misschien van wijlen scheepswerf De Biesbosch en van de oude elektriciteitscentrale. Ooit was er de drinkwatervoorziening en lag er een supermarkt met de no-nonsense-naam Bouwlust, een soort ‘Bas avant la lettre’. Stadswerven, maar zo heette het toen nog niet, was het meest onbekende en meest onbeminde stukje van de stad en als je er écht niets te zoeken had kwam je er eigenlijk nooit.
Nu wordt dit stukje Dordts grondgebied in gemeentefolders en op de websites in ware makelaarstaal omschreven, want plotseling is het plekje goud waard geworden: ,,Aan het mooiste historische waterfront van Nederland bij het drie-rivierenpunt van Maas, Merwede en Noord, kan met een grote variatie aan woningen en voorzieningen voor cultuur en (water)recreatie een nieuw hart voor het Drechtstedengebied worden gecreëerd. Lees ik dat goed? Een nieuw hart voor het Drechtstedengebied? Wat is er mis met het ouwe hart? Tja, daar zitten wat gaten in en de boel dreigde zo langzamerhand een beetje dicht te slibben. Maar na wat oplapwerk blijkt dat ouwe hart het nog best te doen. Begrijp me goed hoor, ik ben er heus niet tegen. Alles wat deze stad mooier, beter, dynamischer en aantrekkelijker maakt dan ze nu al is wordt door mij met hoopvol positivisme ontvangen. Maar een nieuw hart? Nee… hooguit een gouden pacemaker.