Monthly Archive for oktober, 2009

Bellevue

Ik vrees dat mijn laatste column voor De Stem van het Weekend (ik verhuis naar AD/De Dordtenaar) wat grieperiger overkomt dan ik eigenlijk bedoeld had. Dat komt omdat ik letterlijk door de Mexicaanse griep getroffen ben. Je ziet de wereld dan toch een beetje voor een doedelzak aan want van koortsige nachten en hangerige dagen wordt een mens over het algemeen niet heel vrolijk. Nee, ik ben niet bepaald een plezierige patiënt en mijn fysieke en mentale barometer blijft in de min als ik FC Dordrecht op televisie in een bar slechte bekerwedstrijd onterecht zie verliezen van lucky Ajax en als ik in de krant lees dat het allemaal weer later en duurder wordt bij de verbouwing van het Dordrechts Museum. Dat zag zelfs een blinde vink met chronische staar al een tijdje aankomen. ‘Later en duurder’ is inmiddels toch zo’n beetje het handelsmerk geworden van grootschalige projecten op dit eiland. Kunt u zich de ambitieuze plannen voor Stadswerven nog herinneren? En dat spectaculair gepresenteerde ‘nieuwe’ Hofkwartier moest ons dorp toch helemaal uit het slop gaan trekken? Het komt er allemaal wel hoor maar tegen die tijd scheur ik mijn scootmobiel al lang en breed door winkelcentrum Sterrenburg.

Het is mij te makkelijk om bestuurders die hun nek uitsteken onderuit te walsen als plannen vertraging oplopen of uiteindelijk duurder uitvallen. Tegenvallers zijn er altijd en inzicht schrijdt nu eenmaal voort. Besturen is zo nu en dan toch een beetje ‘in het diepe springen’ en (om maar even in clichés voort te bazelen)… de beste stuurlui staan meestal aan wal. Toch was het nou juist een ouwe schipper die me ooit vertelde dat je de diepte van water nooit moet meten met twee benen. (Wandtegel voor op het toilet bij mij te koop tegen kleine vergoeding).

Bellevue1Leuker om te lezen is dat meesterkok Ad Jansen uiteindelijk niet hoeft te betalen voor het gebruik van de naam Bellevue. Sorry voor de culinaire woordspeling maar er zijn toch altijd weer mensen die proberen een slaatje te slaan uit andermans ambities. De curator wilde 50.000 euro hebben voor het gebruik van de merknaam, maar volgens de Dordtse rechtbank is de naam al vijf jaar niet meer gebruikt en is daarmee het merkrecht vervallen. Ook de handelsnaam blijkt niets meer waard omdat de rechter het niet aannemelijk vindt dat de vorige eigenaar opnieuw wil beginnen onder dezelfde naam. Curator Gilhaus is veroordeeld tot het betalen van de kosten van het kort geding en daarmee is de kous nu hopelijk een keertje af. TV-kok Jansen heeft het tot dusver allemaal niet voor niets gekregen in Dordt. Eerst moest hij de strijd aangaan met zeurende omwonenden die bang waren voor geluidsoverlast. Even later ontstond weer een hoop heisa over parkeerplaatsen terwijl het toch niet onlogisch is dat een beetje restaurant zijn goed betalende gasten een paar plekjes voor het blik kan aanbieden. Met vergelijkbaar gezever werd Jansen later nogmaals geconfronteerd toen hij zijn plan ontvouwde om kookcursussen te gaan opzetten in de Sint Jacobskapel. Ook hier werd weer veel te voorbarig gebruld over de vrees voor geluids- en parkeeroverlast.

Je zou dat soort stagnerende types toch een enkele reis ‘Hoven’ toewensen waar je gegarandeerd een parkeerplekje voor je deur hebt. Laten we blij zijn dat ‘good old’ Bellevue, dat zo langzamerhand nagenoeg op instorten stond, voor deze stad bewaard blijft. Dordt zonder Bellevue, tja da’s toch een beetje Dordt zonder…. zucht… postkantoor.

Kees Thies

Straat-ziek

 

VoorstraatOok deze week leg ik in deze column maar weer eens de vraag op tafel: hoe staat onze stad er momenteel voor? Nee… ik bedoel het niet in de allerbreedste zin van het woord, maar meer ‘winkelwise’ gesproken eigenlijk Als binnenstadsbewoner constateer ik dat de Voorstraat, die zo liefelijk door de oude binnenstad meandert, de laatste jaren, meer dan ooit, last heeft van wintertenen, nagelkloven en steenpuisten. De ziekteverschijnselen manifesteren zich vooral aan de uiteinden en de zijtakken. Eerder al had ik het met u over de Vriesestraat, waar winkeliers de laatste jaren als sneeuw voor de zon verdwijnen, waar meer gefietst dan gelopen wordt en waar het winkelend publiek zich, ter hoogte van het Vrieseplein, een weg moet banen door een walmende en soms zelfs wat beangstigende erehaag van junken, alco’s en zieke duiven. De straat, die ooit floreerde met vooral slagers en bakkers, is er inmiddels een van (soms héél vage) uitzendbureautjes en leegstand geworden, hetgeen voor een jobhopper wellicht aardig, maar voor een shophopper wat aan de saaie kant is. In een andere column besprak ik de grieperige patiënt Voorstraat-Noord, waar zo langzamerhand de absolute stilte heeft toegeslagen. De straat kent veel ‘hobbywinkeliers in de artistieke sfeer’, van wie er veel slechts enkele uurtjes per week geopend zijn. Dit creëert, in combinatie met veel leegstand en nog veel meer geparkeerde auto’s in de overigens fraaie buurt, het gevoel van Wallstreet na een kredietcrisis. Voor deze hoek van de Voorstraat gloort er nu nieuwe hoop met de komst van een NV (of BV) Voorstraat-Noord, waarin gemeente, ondernemers en woningcorporaties (naar Amsterdams model) de handen ineen slaan om de straat nieuw leven in te blazen. De wens is er, maar het zal nog wel wat voeten in aarde krijgen om de auto’s uit de straat te weren en om nieuwe, ambitieuze ondernemers naar dit binnenstadsdeel te lokken.

Grote SpuistraatOver ‘West’ hebben we het nog niet gehad, maar ook in die windstreek gaat het niet bepaald geweldig. Grote Spuistraat en Voorstraat-West bevinden zich alweer geruime tijd in een negatieve spiraal en de Spuiweg is eigenlijk al min of meer schijndood. Ook in deze winkelstraten sneuvelen middenstanders in een te hoog tempo en kun je op zaterdagmiddag rustig overdwars op de keien gaan liggen zonder gewond te raken. ’s Avonds kun je dat beter maar vermijden, want taxi’s rijden er vaak nog harder dan op de A16.

Maar laten we optimistisch blijven: Bahlman Mode is, na een stevige verbouwing, weer terug op de ouwe spot, de Radiobeurs, voor al uw plugjes, stekkertjes, snoertjes en bijbehorende adviezen, inclusief moede blik en veel gezucht voor zoveel onkunde van leken, draait nog op volle toeren en optimistische (veelal allochtone) nieuwkomers geven de buurt de kleur die het verdient. Er schijnt nu zelfs een Aziatische supermarkt te komen op de al jaren lege plek die een beddengigant achterin de straat ooit achterliet. Duimen voor ‘West’ dus.

Wat mij trouwens in dit Voorstraatgedeelte nog het meest dwars zit zijn die vreselijke, oerlelijke uithangborden van ondermeer Schoenenreus, Zeeman, Wibra en andere prijsknallers. Waarom zo groot? Waarom zo smakeloos? Het haalt het fraaie straataanzicht zo vreselijk onderuit. Wie vanaf het terras op de Visbrug de straat inkijkt wordt er moedeloos van. De straat schreeuwt in feite: ,,Wij zijn een suffe provinciestad!” Dat zijn we misschien ook wel, maar dat hoeven de toeristen toch niet te weten?

Kees Thies

Jon

 

owe junkRegelmatig kom ik Jon tegen in de stad. Hij loopt altijd ietwat voorover gebogen en zijn ogen, hoewel nauwelijks zichtbaar vanwege lange slierten ongewassen haar, schieten alle kanten op. Ondanks dat lange haar… een overblijfsel uit de ‘early seventies’ is hij aan de bovenkant’ al behoorlijk kaal. Nog een paar tanden heeft hij over en er zitten altijd wondjes op zijn gezicht. Het toch al niet florissante totaalplaatje wordt  afgemaakt door een enorme hangsnor, waarin zich overduidelijk nog een restvoorraadje gele vla bevindt.

Hooguit 45 is hij nu, maar hij toont twintig jaar ouder. Jon is junk… jawel, ze bestaan nog. Een van zijn oude maten liet ooit het leven op het toilet van het centraal station en steeds als ik Jon zie vraag ik me af wie het nu achteraf eigenlijk beter getroffen heeft.

Wekelijks geef ik hem een eurootje en soms twee en Jon, die ook nog eens seropositief is, neemt mijn geld aan als een vanzelfsprekendheid. Een bedankje zit er niet in. Jon ziet mijn bescheiden donaties waarschijnlijk als een vorm van boetedoening omdat ik het in mijn leven tot dusver beter getroffen heb dan hij. We zijn generatiegenoten, waren ooit zelfs klasgenoten en onze toekomstkansen lagen in die tijd op zijn minst gelijk. Een leven kan soms rare wendingen nemen.

Ondanks Jon’s eeuwige gejaagdheid groet hij me altijd als we elkaar kruisen op Statenplein of Vrieseplein. Dan vraagt hij om geld en hij beledigt me steevast als de opbrengst dit keer maar één euro is in plaats van twee. ,,Hé, jij heb toch poen zat man. Is dat alles wat je kan missen? Wat ben jij een eikel zeg! ” Als ik iets terug wil zeggen is hij alweer vijftig meter verder.

In gedachten ga ik dertig jaar terug. Jon was een knappe gozer en ook nog eens behoorlijk bijdehand. Altijd haantje de voorste, in het gymlokaal, op het voetbalveld, maar vooral op schoolfeesten bij de meisjes. Eigenlijk waren we best wel een beetje jaloers op hem. Waar wij nog stiekempjes een beetje over fantaseerden werd door Jon al lang en breed gepraktiseerd.

Jon zou later vast profvoetballer worden en als dat niet lukte, popzanger, filmster of held bij de brandweer. Jon kon de bal wel honderd keer hoog houden en Turks Fruit had hij al drie keer gelezen.

Het was in 1979 dat we samen in het café zaten. Een afscheidsborrel Ik zou naar de journalistenschool gaan en Jon zou verhuizen naar Amsterdam waar hij, naar eigen zeggen, ‘aangenomen’ was op de Filmacademie.

Amsterdam heeft Jon bereikt, maar die Filmacademie heeft hij volgens mij niet lang bezocht. Wat er vanaf 1980 allemaal precies gebeurd is zal ik nooit weten. Ooit heb ik hem er naar gevraagd, maar zijn antwoorden waren onsamenhangend en ontwijkend van toon.

vrieseplein3Ik sta bij de viskraam op het Vrieseplein en ik zie hem zitten op een van de bankjes. Een sjekkie in de ene hand, een blikje bier in de andere. Hij is druk in gesprek, maar ik zie niemand in zijn buurt. Met wie zou hij in gedachten op dat bankje zitten? Leven zijn ouders nog? Wat is er in zijn leven misgelopen? En waar zal hij de komende nacht doorbrengen? Ik zou het hem eigenlijk moeten vragen, maar ik ben te laf om het antwoord te horen.

Gauw naar binnen. De vis wordt koud.

Kees Thies

Dordt ontdooit

 

gladHeel eventjes was het spiegelglad in Dordrecht. Het was op een woensdag, zo rond half elf, en ik ging een boodschap doen bij een kleine supermarkt aan de Bleekersdijk.

Halverwege de Vriesebrug kwam ik tot de ontdekking dat het nu wel héél voorzichtig schuifelen geblazen was en meer dan eens moest ik mij vastklampen aan bloembakken, vuilcontainers en halfhoge muurtjes om niet tegen de kinderhoofdjes te kwakken. Met veel kunst en vliegwerk wist ik me aardig staande te houden. Andere mensen hadden minder geluk. Op het Kromhout vloog een vrouw op de fiets hard onderuit. Blijkbaar had zij even daarvoor boodschappen gedaan, want de volledige inhoud van haar boodschappenmandje lag verspreid over straat. De vrouw had moeite om overeind te komen en ik hielp haar een handje. Wie op dat moment vanuit één van de huizen aan het plein naar buiten keek, móet genoten hebben: wat een gestuntel! Bambi en Stampertje al krabbelend op het aalgladde wegdek. Samen verzamelden wij haar spulletjes en nadat ze me uitvoerig bedankt had vervolgde ze lopend, met een van pijn vertrokken gezicht en met de fiets aan de hand, haar weg huiswaarts. Dat ik spontaan behulpzaam was schrijf ik hier niet om applaus in ontvangst te nemen. Het lijkt me nogal logisch dat je een medemens in nood de helpende hand toereikt. Zo voel ik dat écht en zo ben ik ook nog eens opgevoed. Nee, ik wil wat anders kwijt en dat is het volgende:

polarOp weg naar de Supermarkt ben ik op z’n minst vijf keer op een vriendelijke manier gewaarschuwd. Dat ging als volgt: ,,Kijk uit jongen, het is daar spekglad!” of , ,,Hé pas je wél op! Als ik jou was zou ik hier niet oversteken… je gaat gegarandeerd onderuit.” Tien seconden later gingen twee fietsers en een voetganger, allemaal binnen mijn gezichtsveld, hard tegen de vlakte. Omstanders schoten te hulp. Toen ik tien minuten later weer op de Visbrug arriveerde had de eigenaar van de viskraam een paar pakken consumptiezout op de brug gestrooid. Ook hij had diverse mensen onderuit zien gaan en was spontaan in actie gekomen… néé niet uit het oogmerk om klantjes te winnen, maar puur uit medemenselijkheid.

Het móet er even voor vriezen, maar op dergelijke momenten komt de ware aard van veel stadsgenoten naar boven. Die stugge, ietwat cynische en afwachtende Dordtenaren blijken ineens hele vriendelijke en behulpzame mensen te zijn. Plotseling brak er een zonnetje door, zowel op het plein als in mijn winterse kop. Als het vriest ontdooit de Dordtenaar.

Kees Thies

Stadswerven

 

Stadswerven2Toen ik het voor het eerst hoorde dacht ik dat het een nieuw werkwoord was. Stadswerven. Ik had er zelfs beelden bij: politici die in de binnenstad enthousiast handjes schudden en partijfolders uitdelen om kiezers op hun hand te krijgen. ,,Wat gaan we vandaag doen… stadswerven? Nee, we gaan naar Sterrenburg.”

Trouwens, over zichzelf verkopende politici in de binnenstad gesproken: op zaterdag ga ik wel eens met de kinderen naar de markt voor een frietje en wie staat daar, tot mijn grote verbazing in die kraam, onder het oog van het lokale journaille, patatjes oorlog te scheppen? Winny de Jong met een witte jas aan. Wees nou eerlijk, da’s toch even schrikken, zo zonder waarschuwing vooraf. ,,Mayonaise dabei?”

De kinderen kozen voor vis. Pim zou het zo gewild hebben.

werf1Maar goed, we waren bij Stadswerven en ik had het natuurlijk weer helemaal mis. Het gaat hier niet om een werkwoord maar om een superprestigieus project… de ultieme natte droom van stadsbestuurders, topambtenaren en projectontwikkelaars. U leest er waarschijnlijk van alles over in deze Binnenstadskrant. Het gaat allemaal om dat grauwe stukje Dordt tussen de Noordendijk en de Beneden Merwede. U kent het misschien van wijlen scheepswerf De Biesbosch en van de oude elektriciteitscentrale. Ooit was er de drinkwatervoorziening en lag er een supermarkt met de no-nonsense-naam Bouwlust, een soort ‘Bas avant la lettre’. Stadswerven, maar zo heette het toen nog niet, was het meest onbekende en meest onbeminde stukje van de stad en als je er écht niets te zoeken had kwam je er eigenlijk nooit.

StadswervenNu wordt dit stukje Dordts grondgebied in gemeentefolders en op de websites in ware makelaarstaal omschreven, want plotseling is het plekje goud waard geworden: ,,Aan het mooiste historische waterfront van Nederland bij het drie-rivierenpunt van Maas, Merwede en Noord, kan met een grote variatie aan woningen en voorzieningen voor cultuur en (water)recreatie een nieuw hart voor het Drechtstedengebied worden gecreëerd. Lees ik dat goed? Een nieuw hart voor het Drechtstedengebied? Wat is er mis met het ouwe hart? Tja, daar zitten wat gaten in en de boel dreigde zo langzamerhand een beetje dicht te slibben. Maar na wat oplapwerk blijkt dat ouwe hart het nog best te doen. Begrijp me goed hoor, ik ben er heus niet tegen. Alles wat deze stad mooier, beter, dynamischer en aantrekkelijker maakt dan ze nu al is wordt door mij met hoopvol positivisme ontvangen. Maar een nieuw hart? Nee… hooguit een gouden pacemaker.

Kees Thies




In samenwerking met Shopping5 en FavShop
UGGs Webshop