Bij het opruimen van ouwe kranten (zo af en toe komt de papierboer in de binnenstad) viel mijn oog op een vaag krantenartikeltje waarin te lezen was dat de stad Dordrecht weer eens mocht figureren in een of ander reclamefilmpje. Om welk product het ging ben ik alweer vergeten, maar ik herinner we wel dat iemand van de gemeente zei dat het wel eens vaker voorkomt dat onze stad onverwachts (dus zonder lobby van gemeentewege of wat dan ook) in een tv-spotje voor een of ander product te zien is. Zo ‘draaide’ er vorig jaar (of is het alweer langer geleden?) een tv-commercial waarin een soort reusachtige punaise op het Scheffersplein gedrukt werd. De terrasgangers keken quasi verbaasd. Het shot duurde iets van 1.3 seconde en vraag me nu niet welk product of welke dienst in de commercial werd aangeprezen. Wat wèl duidelijk werd is dat Dordt ineens op de kaart stond, al moet er eerlijkheidshalve bij vermeld worden dat niet-Dordtenaren natuurlijk geen flauw idee hadden dat het hier om Hollands oudste stad ging. Wij eilandbewoners waren er stiekempjes toch wel een beetje trots op dat ‘ons Dordt’ voor het spotje was uitverkoren.
Op zich spreekt de gedachte mij aan. Ik vind namelijk dat er meer Dordt in de reclame moet. Deze stad heeft nu eenmaal veel te bieden en verdient zoveel meer dagjesmensen die zich laven aan cultuur, horeca en winkelaanbod. Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet bijzonder onder de indruk van een commercial waarin Dordt louter als figurant optreedt. Zoiets zet volgens mij écht te weinig zoden aan de dijk. Néé… deze stad moet zichzelf eens wat beter leren aanprijzen en niet te snel gelukkig zijn met de toevallige locatiekeuze van een reclameboer of filmmaker, die in Dordt een aardig ‘achtergrondje’ ziet voor het aanprijzen van een bijzettafeltje of yoghurtdrankje. Dordt is véél meer dan een decor. Dordt moet het te verkopen product zijn!
Nu weet ik heus wel dat reclame op televisie geld kost, véél geld zelfs… meer nog dan wel tien nieuwe stadslogo’s bij elkaar. Maar ik durf te stellen dat een dergelijke investering op den duur zijn vruchten zal afwerpen. Ik daag de promotiejongens van deze gemeente uit om mijn woord niet voor waar aan te nemen en er eens een échte expert bij te halen. Nee, ik doel niet op dure adviseurs die de zaak voor veel geld een beetje komen verkennen en vervolgens met vage adviesjes op de proppen komen, maar op échte reclame-experts die de ervaring en de know-how hebben om een landelijke, wie weet zelfs internationale campagne te bedenken die deze stad voor eens en altijd uit de vergetelheid kan rukken. Zonder reclame ging zonminnend Nederland nog altijd in Spanje op vakantie en was Turkije nog onbekend en dito onbemind. Zonder reclame at u géén Kips leverwort maar gewone leverworst, sprenkelde u nog 47-11 onder uw oksels, was uw tv-scherm niet plat en zat er nog een ordinair Daewoo-label op uw chique Chevrolet. Goed, momenteel is een van de grote publiekstrekkers van deze stad de komende paar jaar nog gesloten, maar in 2009 (misschien zelfs nog een jaartje later) gaat het Dordrechts Museum groter, sterker en mooier dan ooit weer open. Ook zitten we momenteel zonder bioscoop, wordt er nog altijd zwaar gepiekerd over wel of géén nieuwe theater, is het Statenplein nagenoeg schijndood (en mét geraniums nog truttiger dan ooit), is het winkelaanbod nog behoorlijk smal en laat het nieuwe museum DiEP (lees nu nog Stadsarchief en Bureau Monumentenzorg en Archeologie) ook nog wel een paar jaartjes op zich wachten. Maar dat moet je voor deze ene keer dan maar eens positief zien. Want wat rest is een prima periode om alvast met iets goeds op de proppen te komen. En nu geen spotjes meer over: wij hebben de leukste markt, de langste winkelstraat, de beste evenementen, de oudste rechten en dat soort kinderlijke superlatieven. Dat doet mij altijd denken aan kleine jongetjes die tegen hun vriendjes schreeuwen dat hun pappa de sterkste is van de hele wereld en dat zijn auto het allerallerhardst rijdt.
Nee, gewoon laten zien dat een dagje Dordt, ook zonder stoom, kerst, boeken en blues, méér dan de moeite waard is. Dordt verkoopt zichzelf, maar de buitenwereld moet het eerst wel even weten.
Kees Thies
Het is alweer ruim een jaar geleden dat het Dordrechts Museum zijn deuren sloot in verband met een grootscheepse verbouwing annex uitbreiding. Na veel gemekker over extra kosten (onder andere voor klimaatbeheersing), over offertes met uitvoerders en over ‘wat wél en niet mag’ met Monumentenzorg, zijn de werkzaamheden nu dan écht begonnen. Het museumpersoneel zit tijdelijk in een pand aan de Nieuwe Haven en broedt op plannen voor een spectaculaire heropening over ruim een jaar en tevens worden aantrekkelijke tentoonstellingen voor de toekomst gepland.
Nog steeds ook loopt een spectaculaire inzamelingsactie die er voor moet zorgen dat een pronkstuk uit de collectie, te weten het fraaie gezicht op Dordrecht van de zeventiende eeuwse meester Jan van Goyen (1651), behouden blijft voor de stad. Het schilderij hing meer dan een halve eeuw in het Dordrechts Museum, maar in 2006 moest het, na een gerechtelijke uitspraak, worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren: de erven Goudstikker. De nazaten van kunsthandelaar Goudstikker (die op de vlucht voor de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog om het leven kwam) hebben het museum de kans geven om het schilderij terug te kopen. De prijs bedraagt 3,5 miljoen euro. Inmiddels is al bijna drie miljoen euro door fondsen, sponsors en particulieren bijeengebracht. Om het streefbedrag van 3,5 miljoen te behalen is nu nog enkele tonnen nodig. U kunt de actie ondermeer steunen door loten te kopen voor een bijzondere loterij, maar er zijn ook andere manieren. Kijk daarvoor eens op