Hartstikke nieuwsgierig ben ik. Nou ben ik dat door de bank genomen eigenlijk altijd wel, maar in dit geval heb ik het over het Statenplein, of beter gezegd over de aanblik van dat plein als het straks écht af is. Maandenlang, wat zeg ik, jarenlang, heb ik nu tegen die zelfrijzende modderput lopen aanstaren en ik heb er nu dan ook mijn buik vol van. Nog zo’n winter met hijskranen, bulldozers en bouwketen zou me funest worden… dan emigreer ik nog liever naar Stadspolders. Hoewel, ik moet toegeven dat die lampjes, afgelopen winter op die hoge kraan toch wel het ware Kerstgevoel in mij los maakten. Maar het heeft toch iets triests… Kerstsfeer uit een hijskraan.
De donderdagavonden waren het ergst. Zeker als het een beetje druilerig weer was.Grote hekken, veel zand en modder (al naar gelang de vochtigheidsgraad van het seizoen), vieze schoenen, dito broekspijpen en politie te paard voor de heuse Sarajevo-sfeer. Winkelend publiek, schaars waarneembaar, schuchter en schichtig, met vooral chagrijnige blikken. Wat dat laatste betreft tel ik mijzelf ook mee, want mijn humeur leed er danig onder. De Sarisgang was een martelgang geworden… winkelen een vorm van modderworstelen. Survival op en rond het Statenplein.
Maar nu wordt het allemaal anders… toch? In mijn dromen shophop ik straks over dat prachtige grijze Chinese graniet, geraffineerd uitgelicht door esthetisch verantwoorde lantaarnpalen. De winkeliers met nieuw elan op de blinkende voortanden verwelkomen mij met welgemeende hartelijkheid in hun fonkelnieuwe boetiekjes, superstores en trendy snackcorners. Ik koop er de laatste mode uit Milaan en Parijs, ik besprenkel mijzelf met Sabatini, Dior en Gaultier en ik doe mij te goed aan sushi, oesters en kleurrijke cocktails. Het nieuwe Statenplein, inclusief de nabije omgeving wordt het nieuwe bruisende hart van ‘dazzling’ Dordrecht. Of ben ik nou te optimistisch? Nou ja, met Blokker en Kruidvat ben ik ook wel gelukkig. Als ik maar niet meer door die verdomde modder hoef.
Kees Thies
Als journalist word je geacht objectief te zijn, kritisch, ietwat afstandelijk, in elk geval
Gebeurtenissen in de wereld, in het land, in de provincie, de streek, de stad, het dorp of de buurt zijn vaak niet meer dan ‘herhalingen van zetten’, van die altijd terugkerende evenementen. Elke vier jaar verkiezingen bijvoorbeeld, voor een gemeenteraad, een parlement of een president van de Verenigde Staten. Ieder jaar wéér de jaarcijfers van Philips en KPN. Altijd weer Prinsjesdag, altijd weer een teleurstellend Songfestival, overstromingen in Limburg, aardbevingen in Turkije, Vanessa weer een jaartje strakker, Mart Smeets een kilo kaler en Katja Schuurman een nieuwe vaste vriend.
Voor sportverslaggevers is het zo mogelijk nog erger: Om de twee jaar een respectievelijk WK of EK voetbal met een falend Oranje als het er écht op aankomt. Ieder jaar weer klagende en zeurende schaatsers die elkaar, vooral buiten de baan, de tent uitknokken in Davos, Heerenveen of Oslo. Ieder winterseizoen een nieuwe ploeg voor Timmer, ieder voorjaar een comeback van Bettine Vriesekoop, een dopinggevalletje of vijf in voetbal- en wielrenland, iedere winterstop een nieuwe trainer voor Ajax, een Spaans trainingskamp met te veel regen voor Feyenoord en een nieuwe veroordeling voor Mike Tyson.
En zelfs de meest doorgewinterde en verbitterde sportjournalisten trekken een grijns van oor tot oor en maken een klein huppelsprongetje, onzichtbaar voor collega’s. Jawel… een enkeling juicht zelfs. Maar alleen van binnen. Je vakbroeders mogen niet zien dat je diep van binnen nog altijd een liefhebber bent. Een amateur dus.